U krijgt een vaststellingsovereenkomst voorgelegd, vaak met de opmerking dat er haast bij is. Die haast is bijna nooit uw probleem. U bent niet verplicht te tekenen, en als u tekent heeft u daarna nog veertien dagen wettelijke bedenktijd waarin u de overeenkomst zonder opgaaf van reden kunt ontbinden.
De meeste mensen kijken direct naar het bedrag. Dat is begrijpelijk en het is meestal niet het punt waarop de meeste winst te halen valt.
1. De opzegtermijn
In de overeenkomst staat een einddatum. Die datum moet zo zijn gekozen dat de opzegtermijn die voor u geldt in acht is genomen. Gebeurt dat niet, dan houdt het UWV een zogenoemde fictieve opzegtermijn aan: over die periode krijgt u geen WW. U valt dan zonder inkomen, terwijl u dacht dat het geregeld was.
2. De reden van beëindiging
Er moet in staan dat het initiatief bij de werkgever lag en dat u geen verwijt treft. Staat er iets over disfunctioneren of een dringende reden, dan loopt uw WW-recht gevaar. Dit is één zin die het verschil maakt tussen wel en geen uitkering.
3. De vergoeding, afgezet tegen de transitievergoeding
De transitievergoeding is het wettelijke minimum waar u bij ontslag op initiatief van de werkgever recht op zou hebben. In een vaststellingsovereenkomst is het een onderhandelpunt, geen automatisme. Reken eerst uit wat de transitievergoeding in uw geval zou zijn en beoordeel het voorstel daartegen — niet tegen wat het toevallig groot lijkt.
Speelt er meer, bijvoorbeeld een reorganisatie die niet klopt of een verstoorde verhouding waar de werkgever aan heeft bijgedragen, dan is er ruimte om daarboven te gaan zitten.
4. Het concurrentie- en relatiebeding
Als er een concurrentiebeding in uw arbeidsovereenkomst staat, vervalt dat niet automatisch bij een beëindiging met wederzijds goedvinden. Laat expliciet opnemen dat het beding komt te vervallen. Anders wordt u ontslagen én kunt u niet aan de slag in uw eigen vakgebied.
5. Vrijstelling van werk en het verlofsaldo
Wordt u vrijgesteld van werk tot de einddatum? En wordt uw opgebouwde en niet-genoten verlof uitbetaald, of wordt het geacht te zijn opgenomen tijdens die vrijstelling? Dat laatste is gebruikelijk in voorstellen van werkgevers en kost u vaak een paar weken salaris.
6. Finale kwijting
Vrijwel elke vaststellingsovereenkomst eindigt met een bepaling dat partijen elkaar over en weer finale kwijting verlenen. Dat betekent: hierna kunt u nergens meer op terugkomen. Loopt er nog een bonus, een provisie, een leaseauto-afrekening, een studiekostenbeding of een lopende aansprakelijkheidskwestie, dan moet dat vóór de finale kwijting geregeld zijn.
7. Getuigschrift en referenties
Klein punt, groot effect bij uw volgende sollicitatie. Laat vastleggen dat u een positief getuigschrift krijgt en wat er wordt gezegd als een toekomstige werkgever belt.
De bedenktijd
Artikel 7:670b BW geeft u veertien dagen na ondertekening om de overeenkomst schriftelijk te ontbinden. U hoeft geen reden te geven. De werkgever is verplicht u op dat recht te wijzen; doet hij dat niet, dan wordt de termijn drie weken.
Die bedenktijd is er om te gebruiken. Teken dus gerust niet meteen — maar realiseer u ook dat u ná ondertekening nog een reële mogelijkheid heeft om terug te komen op iets waar u zich in liet praten.
Tot slot
Dit artikel beschrijft de hoofdregels. Of ze in uw situatie zo uitpakken, hangt af van uw contract, uw dienstjaren en wat er feitelijk is voorgevallen. Laat het stuk beoordelen voordat de veertien dagen verstrijken.